Zilverwangneushoornvogel

Latijnse benaming :Ceratogymna Brevis 
 
 Beschrijving :

De lengte van deze vogel is 60 tot 70 centimeter. De basiskleur van de veren is glanzend zwart. De kopveren ( vooral de wangen ) zijn zilvergrijs van kleur. De onderbuik, veren bij de poot, de stuit en het onderste gedeelte van de buitenste staartveren zijn wit. De snavel is donkerbruin met een grote, crèmekleurige helm. Ze hebben bruine ogen met een blauwe oogring. Als laatste zijn de poten en de voeten zwart van kleur.

 Afmetingen & gewicht :

Man :                                 Vrouw : 
vleugel : 345 – 395 mm   vleugel : 321 – 360 mm
Staart : 265 – 295 mm     staart :  245 – 280 mm
snavel :  153 – 195 mm    snavel :  138 – 155 mm
gewicht: 1265 – 1400 gr  gewicht: 1050 – 1450 gr 

 Geslachtsonderscheid :

Het vrouwtje is kleiner dan het mannetje. De crèmekleur van de helm zit bij het vrouwtje alleen bij de aanhechting van de helm en niet over de gehele helm.

 Verspreidingsgebied :

De hooglanden van Ethiopië, Zuidoost Soedan, Zuidoost Kenia, het westen en het zuiden van Tanzania en het extreme noorden van dit land, Noordoost Zambia, Mozambique, het noordoosten van Zuid-Afrika, het oosten van Zimbabwe en ten noorden van de evenaar.

 Natuurlijke leefomgeving :

Ze leven diep in de bossen tot aan de rand. Ook zijn ze te vinden langs altijd groene kustlijnen, in beboste gebieden en aan de oevers van rivieren die door de bossen heen stromen. Verder zijn ze terug te vinden tot op een hoogte van 2600 meter.

 Natuurlijke voeding :

Het voedsel zoeken gebeurt alleen, in paren of in kleine groepjes. Ze vertrekken hiervoor ongeveer een half uur nadat de zon opgekomen is en ze komen ook weer terug op een plek ‘s-avonds voordat de zon ondergaat, om met z’n allen ( soms wel een groep van 200 vogels ) een slaapplaats te zoeken. Het belangrijkste voedsel bestaat uit fruit en af en toe noten. Verder blijken ze toch nog wel trekjes te hebben van carnivoren, want naast fruit eten ze ook eieren, nestvogels, kameleons, rupsen, sprinkhanen, termieten, spinnen en duizendpoten.

 Voeding in gevangenschap :

Nog in bewerking

 Broeden en levenscyclus :

De begindatums van het broeden verschillen weer tussen de gebieden. In Ethiopië beginnen ze met broeden tussen februari en juli, in Oost-Afrika in oktober en november, in Kenia van augustus tot oktober, in Tanzania van augustus tot september en als laatste in Zimbabwe in April en september – oktober. De broedperiode duurt 107 tot 138 dagen ( inclusief het bouwen van het nest ). Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer 40 dagen en de nestperiode daarna duurt 77 tot 80 dagen. Er worden 1 a 2 eieren gelegd met een witte schaal met kleine putjes.

In het wild worden de eieren gelegd in natuurlijk gevormde holen in bomen, zo’n 7 tot 25 meter boven de grond. Deze vogels broeden opvallend vaak in de mahonieboom. Soms broeden ze ook in holen in de rotsen. Het mannetje en vrouwtje helpen beide bij het dichtmaken van het gat van het nest. Het mannetje sleept hierbij stukjes aarde mee. Hij slikt hiervan stukken door en hij maakt er een soort van kleine balletjes van in de krop. Daarna geeft hij ze aan het vrouwtje die ze aan de rand van het gat vastplakt. Als de jongen uit zijn gekomen, brengt hij regelmatig stukken schors, takjes en soms zelfs kleine stenen naar het nest. Dit is om de bodembedekking van het nest aan te vullen zodat het nest schoon blijft. Verder is het opvallend dat de larven van insecten, kevers, motten, kakkerlakken en vliegen in het nest voorkomen. Deze komen hier vreemd genoeg niet voor als de vogels niet aan het broeden zijn. Waarschijnlijk helpen deze larven ook met het schoonhouden van het nest. Het mannetje brengt het vrouwtje 10 tot 14 keer per dag fruit en als de jongen uitgekomen zijn dan tot gemiddeld 21 keer per dag.

Er is in gevangenschap wel geprobeerd te broeden met deze vogels, maar in de praktijk blijkt dit erg lastig te zijn, omdat deze vogels erg onregelmatig en sporadisch broeden.
 Broedresultaten :

Geen