Grijswangneushoornvogel

  
Latijnse benaming :Ceratogymna subcylindricus subquadratus    
 

Beschrijving :

De lengte van deze vogels is 60 tot 70 centimeter. Het hoofd, de nek en de rug zijn glanzend zwart. De veren op de wangen en de veren aan de basis van de snavel zijn grijs. De punten van de vleugel, de onderkant van de buik en de onderkant van de buitenste staartveren zijn wit gekleurd. De snavel is  donkerbruin gekleurd met het eerste stuk van de helm crèmekleurig. De poten en de voeten zijn zwart en de ogen zijn donkergekleurd met bruine oogring.

 

 
 

 

 Afmetingen & gewicht :

Man :

Vrouw :

vleugel : 320 – 378 mm

vleugel :  306 – 352 mm

staart :   258 – 290 mm

staart :    222 – 263 mm

snavel :  160 – 192 mm

snavel :   136 – 152 mm

gewicht :         1078 gr

gewicht : 1000 – 1200 gr

 Geslachtsonderscheid :

Het vrouwtje is iets kleiner dan het mannetje. De snavel is ook iets kleiner ( met name ook de helm op de snavel is kleiner )  en ze mist de crèmekleurige plek op haar snavel. Verder heeft het vrouwtje bruine ogen in plaats van rood, met daarom heen een roze rand, die opzwelt tijdens het broedseizoen en dan ook rood van kleur wordt.

 

 
 Verspreidingsgebied :

Deze vogels komen voor in Kameroen, Centraal Afrika, het zuiden van Soedan, het zuiden van Tsjaad, Noordoost Zaïre, in het zuiden en westen van Oeganda, West-Kenia, ten noorden van Cherenganis, het noorden en westen van Tanzania, West-Serengeti en Kibondo, Rwanda, Burundi, Noordoost Angola in Malanje en Lunda. Verder komen er geïsoleerde populaties voor in West-Afrika en het Noordoosten van Angola.

 

Natuurlijke leefomgeving :

Ze leven voornamelijk in de groene bossen, vooral regenwouden waar gekapt wordt, plantages en de randen van het bos. Ook wijken ze af en toe uit naar de savannes en de droge gebieden. Ze zijn te vinden tot op een hoogte van 2600 meter.

 
 

 

Hiernaast zie je een filmpje - gemaakt door Remco Bavelaar - waarin te zien is hoe de neushoornvogels een broedblok inspecteren en het vervolgens dicht gaan metselen. Als het gat bijna dicht is kan het vrouwtje er nog net door en maakt het karwei aan de binnenkant af. 
 Natuurlijke voeding :

Deze vogels eten in groepen van 20 tot 50 vogels en verzamelen zich dan op een plek. Fruit is de belangrijkste voedingsbron. Daarnaast eten ze allerlei soorten insecten zoals termieten, kevers, rupsen en de poppen erna, motten, kakkerlakken, krekels en verder nog andere kleine diersoorten zoals nestvogels, kleine vogeltjes, vleermuizen, hagedissen en hun eieren, kameleons, slaken en duizendpoten. Daarnaast worden er ook nog verschillende soorten mossen en schimmels gegeten.

 

 Broeden en levenscyclus :

De datum dat de vogels beginnen te broeden hangt af van de plaats waar ze leven. In Zaïre leggen ze de eieren in de periode van januari tot maart, in het oosten van Afrika van oktober tot februari, in Oeganda van september tot maart en in Kenia in de maanden April en Mei. De broedperiode duurt 115 tot 142 dagen ( inclusief het bouwen van het nest ). Het uitbroeden van de eieren duurt maximaal 42 dagen en de nestperiode die daar op volgt duurt 70 tot 79 dagen. Er worden vaak 2 eieren gelegd die wit zijn met kleine putjes in de schaal.

In het wild leggen de vogels hun eieren in een natuurlijk gevormd hol in een boom. Dit gat zit 9 tot wel 30 meter boven de grond. Soms wordt er ook gebroed in rotsholen. De periode dat het vrouwtje op het nest zit wordt ze door het mannetje gevoerd met voornamelijk fruit. Het mannetje voert haar ongeveer ieder uur. Sommige vrouwtjes weigeren enkele dagen voor het uitkomen van het ei al het voer. Als de jongen uitkomen hebben ze na 20 dagen hun ogen open en begint hun verenpak goed te ontwikkelen. Heel vaak is het ’t geval dat de oudste van de jongen overleeft en het andere jong wat later uit het ei gekomen is, gaat dood van de honger.

In gevangenschap wordt de nestkast 1,5 tot 7,6 meter boven de grond opgehangen. De doorsnee van de gaten is ongeveer 15 tot 23 centimeter en de nestkast is minimaal 46 cm breed en de hoogte is 61 tot 91 centimeter. De verdere nestperiodes zijn hetzelfde, evenals het voeren van het vrouwtje en de ontwikkeling van de jongen. Het is het beste om ze tijdens het broeden zo min mogelijk te storen.
 
 Broedresultaten :

Bij Stichting de Neushoornvogel zijn tot op heden 4 jongen geboren.

2 mannetjes en 2 vrouwtjes. Elk jaar één.

Voeding in gevangenschap :

Nog in bewerking