Gekroonde tok    

 
Latijnse benaming :Tockus ( Rhynchaceros ) alboterminatus  
 

Beschrijving :

Deze vogel heeft een lengte van ongeveer 50 centimeter. Het hoofd, de nek, rug, vleugels en staart hebben een roetachtige bruine kleur. Hij heeft kleine witgrijze veertjes boven zijn ogen en aan de zijkant van zijn kop. Ook heeft hij witte punten aan de buitenste staartveren. De keel is donkerbruin en de onderbuik is wit. De snavel is rood tot dieporanje gekleurd en heeft een geel randje aan de snavelbasis. De oogring en de kale plek op de keel is zwart. De ogen zijn geel en de poten en voeten zijn zwart.

 

Afmetingen & gewicht :                                                                                                                                                                                                          
Man : Vrouw : 
 vleugels : 237 – 273 mm. vleugels : 220 –252 mm.
staart : 216 – 248 mm.staart : 199 – 234mm. 
snavel : 86 – 109 mm.snavel : 76 – 91 mm.
gewicht : 191 – 332 gr. gewicht : 180 – 249 gr.
Geslachtsonderscheid :

Het vrouwtje is kleiner dan het mannetje, met ook een kleinere helm op de snavel, die minder ontwikkeld is. De kale plek op de keel is bij het vrouwtje geelgroen en wordt duidelijker in het broedseizoen. 

 

Verspreidingsgebied :

De gekroonde tok leeft in het zuidwesten van Ethiopië, dit is hier een geïsoleerde populatie, het zuiden van Somalië, in het zuidoosten van Soedan in Boma Hills, in Oeganda ten noorden van de Kabalega Falls, in Kenia op de westelijke hooglanden, Rwanda, Burundi, het oosten en zuidoosten van Zaïre, in Tanzania ten zuiden van de Rift Valley hooglanden, het westelijke laagland en de eilanden Zanzibar en Pemba, Malawi, Zambia, Angola, in het oosten van Namibië in Caprivi Strip, Zimbabwe, Mozambique en het oosten van Zuid-Afrika.  

 

Natuurlijke leefomgeving :

Deze vogel is te vinden in altijd groene berglandschappen, langs de kusten en rivieren en in de oerwouden. Verder komt hij voor in dicht beboste gebieden en is te vinden tot op een hoogte van 3000 meter.

 

Natuurlijke voeding :

Ze leven in groepjes van ongeveer 7 vogels, dit zijn over het algemeen familieleden. Hij voed zich voornamelijk met ongewervelde dieren en fruit. Er worden verschillende soorten dierlijk voedsel gezocht zoals, termieten, mieren, rupsen, kevers, vlinders, motten en hun eitjes, poppen van vlinders, duizendpoten, spinnen, slakken, eieren, kameleons, hagedissen, sprinkhanen en nestvogeltjes.

Voeding in gevangenschap :

Nog in bewerking

 

Broeden en levenscyclus :

De jaartijden dat deze vogels broeden hangt af van de plaats waar ze voorkomen. In het oosten van Afrika, kan dit variëren van februari, april, juli, en van september tot november. In Kenia is dit in maart, in Tanzania in september – november, in Zaïre in november en december, in Angola van september tot november, in Zambia in oktober en februari, in Malawi van augustus tot november, in Zimbabwe in oktober en november en Zuid-Afrika varieert het van oktober tot januari, afhankelijk van in welke streek ze leven, met als piek november tot begin december. De totale broedduur is ongeveer 83 dagen. De tijd dat het vrouwtje al op het nest zit, voordat ze eieren legt is 7 tot 14 dagen. De tijd die nodig is voordat de eieren uitkomen is 25 tot 27 dagen en de nestperiode die daarop volgt is 46 tot 55 dagen. Het aantal eieren kan variëren van 2 tot 5, met een gemiddelde van 3 of 4. De eieren worden gelegd met tussenposen van 2 dagen en ze zijn wit van kleur met putjes in de schaal.

De vogels broeden in een holle boom ongeveer 1,2 tot 12 meter boven de grond. Het vrouwtje is degene die het nest dichtmetselt, maar het mannetje draagt wel de materialen hiervoor aan. Het uitbroeden van de eieren begint nadat het eerste ei is gelegd. Het gebeurt wel eens dat er een jong dood gaat en die wordt dan opgegeten door zijn broertjes en/of zusjes. Nadat de eieren zijn uitgekomen blijft het vrouwtje nog 25 tot 30 dagen op het nest en daarna komt ze uit het nest om van buiten af het mannetje te helpen met het voeren van de jongen. Ze heeft in deze nestperiode een eclipsrui ondergaan en heeft als ze er uit komt een geheel nieuw verenpak. Het mannetje begint met ruien als het vrouwtje uit het nest is gekomen, maar dit is geen eclipsrui, maar een gewone rui, waar hij tot wel 4 maanden over kan doen. Als het vrouwtje is uitgevlogen, maken de jongen zelf de spleet weer dicht en blijven nog ongeveer 15 dagen langer zitten. Als ze eruit komen kunnen ze vliegen en keren ook niet meer terug naar het nest. Ze blijven nog 6 tot 8 maanden bij de ouders ( tot het volgende broedseizoen ), maar ze zoeken na een maand wel al zelf eten.

Broedresultaten :

Bij Stichting de Neushoornvogel zijn 8 jongen geboren.