Een mannetje roodsnaveltok brengt voedsel naar zijn broedend vrouwtje in de nestholte.

Uit The Encyclopedia of Birds

(C.M.Perrins &A.L.A.Middleton)

 

De roodsnaveltok

(Tockus erythrorhynchus)

door Pierreco Eyma

De roodsnaveltok is éen van de kleinste vertegenwoordigers van de familie der neushoornvogels. Hij leeft in grote delen van Afrika. Zijn leefgebied is de savanne met doornig struikgewas en kleine bomen. Vanuit deze begroeiing jaagt hij op diverse insecten waaronder sprinkhanen en kevers. Tijdens de jacht is hij veel op de grond te vinden waar hij springend zijn prooi achtervolgt. Vaak volgen de vogels een kudde hoefdieren die door hun getrappel insecten opschrikken,waardoor deze gemakkelijk gevangen kunnen worden.

Ook worden diverse vruchten gegeten. Water wordt niet gedronken. Al het vocht dat de dieren nodig hebben,halen ze uit hun voedsel! Hun voortplanting begint bij de aanvang van de regentijd. Hierdoor zal er altijd voldoende voedsel zijn voor de jongen. Het paartje zoekt een geschikte nestholte die na veel ceremonieel baltsgedrag door het vrouwtje wordt betrokken. Met behulp van modder,voedselresten en uitwerpselen metselt zij, geholpen door haar partner, de opening dicht. Na afloop blijft er een smalle spleet over waardoor de man haar onafgebroken voedsel aangeeft. Tijdens het broeden verlaat het vrouwtje het nest dus niet.

De smalle toegang verhindert roofdieren om bij de eieren,moedervogel en later de jongen te komen. Er worden 3 tot 7 eieren gelegd die in ongeveer 24 dagen worden uitgebroed. Tijdens het broeden valt de moeder in de rui. De taak van de man is om zijn gehele gezin van voedsel te voorzien. Als het oudste jong ongeveer 20 dagen oud is,breekt de pop het nest open en verlaat de jongen. Deze metselen nu op hun beurt de doorgang weer dicht. Vanaf nu voert het paar samen de jongen.

Na nog eens een maand herhaalt de procedure zich en vliegen de jongen één voor één uit. Na weer enkele weken zijn ze zelfstandig. Vaak blijft het gezin bij elkaar en vormt dan grotere groepen met andere families tot het nieuwe voortplantingsseizoen aanbreekt.

De roodsnaveltok in volièremilieu

Deze tok is van alle soorten vaak het gemakkelijkst verkrijgbaar. Daar het snelle vliegers zijn zien ze er meestal nogal gehavend uit na import. Vooral de lange staart breekt gemakkelijk af. De karakteristieke rusthouding –in elkaar gedoken,met de kop ingetrokken tussen de ‘schouders ’–geeft een beeld van ziek zijn,maar dat is dus lang niet altijd het geval!Laat u bij aanschaf daar dus niet door afschrikken! Belangrijk is dat de vogels alert reageren en goed kunnen vliegen.

Het geslachtsonderscheid is niet altijd even gemakkelijk te zien,zeker niet bij losse vogels! Het vrouwtje is in alle gevallen veel kleiner en ranker. De man heeft een meer of minder zwart gekleurde ondersnavel. Daar er diverse ondersoorten bestaan met verschillende kleurnuances is opletten de boodschap! Geslachtsbepaling d.m.v. DNA is de meest zekere weg. Daar neushoornvogels niet rechtstreeks water opnemen maar dit puur onttrekken uit het voedsel is het van belang dat dit voldoende vocht bevat.

Tokken eten voornamelijk vlees:o.a. geweekte hondenbrokjes (doormidden gesneden),hondenbrokjes uit blik (zonder jus!),gesneden kip .let,allerlei soorten insecten en kleingesneden fruit. Vooral fruit met veel vocht is favoriet!De vogels stellen een zonnig gelegen volière zeer op prijs. Ze halen de gekste capriolen uit om zoveel mogelijk zon op te vangen. In de winter is bijverwarming noodzakelijk! Alles bij elkaar genomen zijn roodsnaveltokken zeer levendige en interessante vogels,altijd klaar om een toegeworpen meelwormpje uit de lucht te pikken. Daarbij is hun wijze van voortplanten natuurlijk uniek en daardoor prachtig om van dichtbij mee te maken!

Voor meer informatie over genoemde en andere neushoornvogels,zie: www.neushoornvogel.nl

Aviornis Werkgroep Neushoornvogels