Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn wonderlijk ogende vogels van indrukwekkende afmetingen. Ze hebben drie specifieke eigenschappen: een reusachtige, bizar gevormde snavel, een schokkerige beweging met kop en snavel wanneer ze hun luide, kenmerkende roep uitstoten en de gewoonte te nestelen in natuurlijke holten in bomen, waarbij het wijfje zich in de nestholte opsluit.

Deze wat onbeholpen ogende vogels hebben doorgaans een zwart-wit verenkleed. Op hun kop (rondom de ogen en op de keel) zitten vaak kleurige kale vlekken. Neushoornvogels lijken op de toekans van tropisch Amerika, maar zijn daar niet aan verwant. 

In verhouding tot de kop is de snavel van de meeste neushoornvogels buitensporig groot. Hij is meestal iets naar beneden gebogen en voorzien van een forse helm of hoorn. De vorm en afmetingen van de helm kunnen nogal uiteenlopen. Bij sommige soorten is hij niet meer dan een rechtopstaande kam, maar dikwijls heeft de helm een opvallende vorm en soms is hij groter dan de snavel zelf. Normaal gesproken bestaat de helm uit een dunne laag hoornstof over bot. De helmneushoornvogel heeft echter een massieve, ivoorachtige helm. Daarom wordt hij ook veel door stropers bejaagd.(foto) De functie van de helm is onbekend. Mogelijkerwijs gebruiken de vogels hem om elkaars leeftijd, geslacht en soort te herkennen, en in enkele gevallen ook om hun kreten te versterken.  

Neushoornvogels hebben grote vleugels. Die van de grotere soorten produceren tijdens de vlucht een zoevend geluid doordat de luchtstroom zich onder de slagpennen langs beweegt. Dit geluid is al te horen ruim voordat de vogel zelf opduikt. Het klinkt een beetje alsof er een locomotief aan komt zetten door het oerwoud. De vlucht is golvend, waarbij de vleugels afwisselend slaan en stil worden gehouden. Het aantal vleugelslagen en de lengte van de glijfase variŽren van soort tot soort. Gezien hun wat gebrekkige manier van vliegen, wekt het weinig verwondering dat neushoornvogels geen trekvogels zijn. In de grote, ongerepte wouden waar ze leven, vliegen ze meestal maar kleine stukjes. Aziatische neushoornvogels leven uitsluitend in tropisch bos met voldoende voedsel en nestmogelijkheden. Ze gedijen dan ook alleen in uitgestrekte wouden waar menselijke verstoring gering is. Aangezien neushoornvogels, in tegenstelling tot spechten en baardvogels, niet zelf hun nestholten kunnen graven, zijn ze om te broeden aangewezen op natuurlijke boomholten. Dipterocarpen zijn hun lievelingsbomen. Volgens sommige wetenschappers ontstaan er ideale nestholten wanneer voetrotschimmels de stammen van dipterocarpen uithollen. 

 
  Tijdens de broedperiode -  die van streek tot streek wisselt -  sluit het wijfje zichzelf op in de nestholte door de opening bijna helemaal dicht te metselen. Bij bepaalde soorten helpt het mannetje haar daarbij. Als specie gebruiken ze een mengsel van modder, boomschors, kleine stukjes hout en voedselresten. Iedere soort gebruikt deze ingrediŽnten volgens een eigen recept. Het wijfje vermengt dit alles met haar uitwerpselen of met uitgebraakt voedsel. De specie droogt keihard op.

 De toegang tot het nest wordt helemaal dichtgemaakt, op een verticale spleet na, waardoor het mannetje het wijfje van voedsel voorziet. Ook deponeren moeder en kroost hun uitwerpselen door deze smalle opening buiten het nest. Vanaf het moment dat het nest wordt afgesloten totdat de jongen kunnen uitvliegen, is het gezin dus geheel afhankelijk van het mannetje. Er zijn echter ook soorten waarvan het wijfje, zodra haar jongen half volwassen zijn, het nest verlaat en zelf voedsel gaat zoeken. Neushoornvogels hebben een duidelijke voorkeur voor vruchten, in het bijzonder vijgen. Maar als ze hun jongen grootbrengen, vangen ze veel insecten en andere kleine dieren, zodat ze bovenaan de voedselpiramide staan. Om al deze redenen vormen de aanwezigheid en het broedgedrag van neushoornvogels uiterst waardevolle indicatoren omtrent de toestand waarin een oerwoud verkeert. Een tropisch woud met een flinke, stabiele populatie neushoornvogels kan uit ecologisch oogpunt als ongeschonden worden beschouwd.

Positie in het Ecosysteem

De voornaamste voedselbron van neushoornvogels wordt gevormd door vijgen, maar er zijn meer dieren die bij voorkeur deze vruchten eten. Vandaar dat neushoornvogels heftige voedselconcurrentie ondervinden. Vruchtdragende vijgenbomen zijn min of meer de restaurants van het oerwoud. Tot de eters behoren neushoornvogels, baardvogels, buulbuuls, maina's, duiven en wielewalen, en natuurlijk talloze zoogdieren, waaronder makaken, gibbons, eekhoorns, bintoerongs en koffieratten. De gasten betwisten elkaar niet alleen de vruchten, maar ook de ruimte. Neushoornvogels komen zodoende onvermijdelijk in contact met andere dieren, in het bijzonder met gibbons, die ook andere vruchten eten waar neushoornvogels van houden. De ecologie van neushoornvogels biedt een zeer geschikt model voor beschermings - en onderwijsprogramma's op het gebied van natuurbehoud in tropische bossen. Naarmate de omstandigheden gunstiger zijn voor neushoornvogels, is ook de kans groter dat het natuurlijke erfgoed van heel Zuidoost - AziŽ behouden blijft.