LÉON R. VAN DER LINDEN, die op 31 oktober 1953 in Utrecht het levenslicht ziet, wil als kind al natuurschilder worden en krijgt op de middelbare school een tien voor tekenen. Hij studeert een poosje biologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, maar besluit in 1990 fulltime dieren te gaan schilderen. Als autodidact legt hij die vast in gouache, acryl- en olieverf. Aanvankelijk is de natuur in Nederland –de bossen op de Utrechtse Heuvelrug en de Waddenzee– zijn belangrijkste inspiratiebron. Later leveren zijn reizen naar Europa, vooral de ongerepte bergketens en het droge binnenland van Spanje, een scala aan onderwerpen op. Vanaf 1984 neemt hij deel aan de internationale tentoonstelling ”Wild in de Natuur” van ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN, waar hij in 1994 de publieksprijs krijgt. Een jaar eerder is zijn schilderij ”Clearwater Fisher” tijdens de Pacific Rim Wildlife Art Show in Tacoma al bekroond met de Honorable Mention Award. Léons werk wordt op de Amerikaanse markt met veel enthousiasme ontvangen.

Aceros Corrugatus

Dubbele Neushoornvogel

Op advies van de Belgische ”wildlife”-kunstenaar CARL BRENDERS doet Van der Linden in 1990 mee met de selectie van het LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM. In 1992 en 1993 krijgt hij opnieuw een uitnodiging voor de expositie ”Birds in Art”. Zes jaar later wordt de schilder lid van de SOCIETY OF ANIMAL ARTISTS. In 2000 wint hij de ”Award of Excellence” op de jaarlijkse tentoonstelling voor zijn schilderij ”SOFT FEATHERS, SOFT BRANCHES”. Ook in 2001 en 2003 worden schilderijen van hem geselecteerd voor de expositie in het Hiram Blauwvelt Art Museum te New York. „Nadat ik in 2003 ”AUTUMN HARVEST”, Herfstoogst, had ingestuurd, werd ik gebeld door de voorzitter van de kunstenaarsbeweging. Hij vroeg of ik akkoord ging dat mijn schilderij voor de cover van het aankondigingsmagazine gebruikt zou worden. Ik voelde me zeer vereerd.” De schilderstijl van Van der Linden is realistisch. De Ameronger schildert echter geen foto’s na. „Bij fotografie zit je altijd vast aan het moment, als schilder bepaal je alles zelf.

MARTIN HOGEWEG is na zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem van 1972 tot 2002 docent tekenen aan diverse scholengemeenschappen (Deventer, Zwijndrecht, Arnhem en Utrecht). In 1975 start hij met illustratieve opdrachten, waarbij hij gebruik maakt van de technieken aquarel, gewassen inkt en pen. Tekeningen van de in Aalten geboren Hogeweg verschenen onder andere in Grasduinen en het Waddenbulletin. Behalve in tijdschriften worden zijn tekeningen ook in boeken afgebeeld. In 2003 maakt hij ter gelegenheid van de Nationale Wintervogeltelling van KNNV/SOVON aquarellen voor het campagneaffiche, de telformulieren en de gids ”Tuinvogels in beeld”.

De site van Martin:

www.roel-martin.nl

 
De illustrator exposeerde op tentoonstellingen voor kinderboekillustratoren in Italië (Biënale Bologna, 1980), Japan (Otani Museum te Nishinomiya, 1980) en Slowakije (BIB Bratislava, 1981). Op laatstgenoemde expositie ontvangt hij een onderscheiding voor zijn illustraties in het boek ”De Groene Kikker” (1979). Bezoekerscentrum ”Ten Dijke” te Pieterburen toont in 1990 zijn gedetailleerde natuurtekeningen, die Hogeweg tussen 1981 en 1988 voor het Waddenbulletin maakte. In 1991 is hij deelnemer aan de expositie ”Gouden Keuze” in Amsterdam. In 2002 start Hogeweg met ruimtelijk werk: dierfiguren gemodelleerd in klei, gegoten in brons. De sculpturen zijn van oktober 2003 tot en met januari 2004 voor het eerst te zien bij galerie Smith in Style te Opheusden. In 2005 wordt zijn ”korhaan” geselecteerd voor ”Birds in Art” van het LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM. Het aquarelleren van vogels en andere dieren ligt hem nog steeds goed, maar Hogeweg ziet in het ‘beeldhouwen’ van bronzen diersculpturen een nieuwe artistieke uitdaging.
Martin Hogeweg

De Witkuif (neushoornvogel)
brons
wit en zwart gepatineerd
oplage 8
H 51cm, B 26cm, L 54cm
Sokkel Iers hardsteen, gezoet

H 6, B 15, L 25cm

Kunsthuis van het Oosten in Enschede op de tentoonstelling "Wild in de Natuur" 2007

 PIET ROZENDAAL is te bescheiden om zich expert op het gebied van papegaaien te noemen, maar wordt op dat terrein door anderen wel als kenner gezien. Op jonge leeftijd ontluikt de interesse voor deze en andere exotische vogels. „Al op de lagere school hield ik op mijn slaapkamer kanaries en zebravinken.”

Naarmate Rozendaal ouder wordt neemt deze liefhebberij grotere vormen aan. „Jarenlang had ik bij mijn woning een heel geschikte ruimte om tropische vogels te houden en daarmee te kweken. Van kolibries tot zes verschillende soorten neushoornvogels. Ongeveer dertig jaar ben ik intensief bezig geweest met allerlei papegaaien en kaketoes”, zegt de inwoner van Zwijndrecht, die in het Zuid-Hollandse dorp op 10 februari 1946 het levenslicht ziet. Vanwege een verhuizing moet Rozendaal in 2005 –met pijn in zijn hart– afscheid van zijn vogels nemen, maar de interesse blijft onverminderd. „Ik houd nu over dit onderwerp lezingen en schrijf ook maandelijks artikelen voor vogelbladen.”


 

Buceros Hydrcorax

Aceros corrugatus

Schilderen is een andere bezigheid waar hij vroeg aan is begonnen. „Ik haalde op een gegeven moment verf en een kwastje en ben toen begonnen. In eerste instantie met olieverf, maar tegenwoordig gebruik ik ook gouache.” Sinds zijn pensionering heeft hij deze hobby opnieuw opgepakt. „Het schilderen van tropische vogels was een logische keuze. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Papegaaien boeien me enorm, maar andere exotische vogels zullen zeker volgen.”
Rozendaal omschrijft zijn stijl als fotografisch. „Ik probeer de dieren zo gedetailleerd mogelijk te schilderen, maar ik teken niets na. Ik maak ook mijn eigen compositie. Mijn tekeningen zijn niet totaal beeldvullend, ze zweven als het ware in de lijst. Wel maak ik meestal een koppel, een mannetje en een vrouwtje. En als het even kan een beetje actief. Mijn vogels moeten iets doen! Bovendien laat ik soms een veertje verkeerd zitten. Bewust, want dat is in het echt ook zo.”