Home Buceros hydrocorax

Beschrijving :

De lengte is 60-65 cm.
De grootste neushoornvogel op de Filippijnen; het grote rossige lichaam, bruine vleugels, en zwart gezicht, nek, en borst vormen een contrast met de witte staart en karmozijnrode snavel.
De jonge vogels zijn behoorlijk verschillend, wit met een zwarte snavel en gevlekte rug en staart.
Ze komen voor in kleine lawaaierige troepen, de luide blaffende geluiden en ruisende vleugelslagen trekken ook de aandacht.
Andere soorten die daar voorkomen zijn soms veel kleiner (Penelopides) of met hoofdzakelijk zwart en wit gevederte (Aceros).
Duidelijk weerklinkend geblaf, dat steeds herhaald wordt, het vrouwtje doet het met een iets hogere toon.
In gevangenschap uiten ze krijsend een schreeuw bij het krijgen van voedsel, en een kort ruw geblaf als ze boos of bang zijn.
Hierover zijn geen verschillen tussen de verschillende gedocumenteerde soorten.


Afmetingen en gewicht :

Man:

Vleugel: 395-421 mm
Staart: 310-340 mm
Snavel: 195-215 mm
Gewicht : 1824 gram

Vrouw:

Vleugels: 362-400 mm
Staart: 285-320 mm
Snavel : 169-205 mm
Gewicht : onbekend

B. h. hydrocorax moet waarschijnlijk worden beschouwd als een afzonderlijke soort gezien de verschillen in kleuren van de weke delen, gebrek aan naakte keelhuid en kenmerkend jeugdkleed, met B. h. semigaleatus and B. h. mindanensis als twee subsoorten.
Nauwkeuriger moet dat worden vastgelegd door veld - en moleculaire studies, en zorgvuldige documentatie van kleuren van de weke delen en jeugdbevedering van jonge vogels.


Geslachtsonderscheid :

Volwassen mannetje: voorhoofd, wangen, kin en borst zwart; witte band overdwars bij de keel.
Hoofd,hals, hogere borst, dijen, buik, en onderstaart rossig.
Vleugeldekveren, rug, en bovenstaartdekveren donker bruin.
Zwarte donsveertjes met bleekgele uiteinden op de buitenwangen.
Witte staart, die geelachtig bevlekt wordt.

Snavel in de vorm van een blok die naar voren uitloopt in een punt, karmozijnrood van gele stuitklierolien met zwarte basis aan de snavelaansluiting.
De naakte huid rond het oog is geel. Rode ogen en rood-bruine voeten.

Volwassen vrouwtje: heeft dezelfde algemene kleuring als het volwassen mannetje, maar is kleiner, snavel en helm zonder zwarte vlekken; naakte huid is zwart, ogen zijn wit.
Rug en schouders van 2 soorten zijn gesmeerd met olijf-geel poeder, waarschijnlijk van stuitklier .


De jongen:

Jonge vogels: uniek bij de neushoornvogels, compleet verschillend van de volwassen vogels.
Staart wit, met brede zwarte band overdwars en grijs-bruine schaduw bij de basis, behalve de twee paren veren in het midden.
(Veel individuele variaties in staartnoteringen).
Zwarte vleugels met witte uiteinden aan de randen van de veren en de donsveren, die een gevlekt effect geven.
Zwarte snavel, met rode uiteinde en de basis van de ondersnavel.De helm is onontwikkeld.
Naakte huid en ogen zijn nog niet beschreven; poten en voeten zijn zwart.

Jongvolwassen vogels:
Het veranderen in het volwassen kleurkleed begint bij de 3-4 maanden, en is na een jaar voltooid


Andere soorten:

B.h. mindanensis Grote Mindanao neushoornvogel.
De volwassen grote mindanao heeft dezelfde kleuren als de grote Filippijnse neushoornvogel, maar is een beetje kleiner, helm is relatief groter, de snavel is vanaf het aanhechtingspunt tot de helft rood(niet helemaal karmozijnrood), vanaf daar lichtgeel, de naakte huid is zwart met een geel plekje onder het oog (niet helemaal geel), een klein stukje van de naakte keelhuid is geel, ogen zijn lichtblauw-grijs of groen voor allebei de geslachten.
De poten en voeten licht koraal rood (niet rood-bruin).
Volwassen vrouwtje lijkt op volwassen mannetje maar is kleiner, en de naakte huid en keelhuid is geel.
Snavel van het jong is helemaal zwart,over het algemeen is halverwege de buitenste drie paar van de staartveren een zwarte gedeelte zonder duidelijke zwarte band overdwars in het midden, gezichtshuid is geel, ogen bruin, poten grijs-groen.

B. h. semigaleatus Grote Samar neushoornvogel.
Dezelfde algemene kleuring in alle stadia als de B. h. mindanensis, maar de helm heeft alleen een oppervlakkige wigvorm.
Bij het vrouwtje is de naakte huid en keelhuid groenachtig geel.
De basis van de staartveren zijn min of meer zwart zoals bij B.h. mindanensis.


Verspreidingsgebied :

Filippijnen: B.h. hydrocorax op de eilanden Luzon en Marinduque; B.h. mindanensis op Mindanao en Basilan. B.h semigaleatus op Samar, Leyte, Bohol, Panaon, en Buad, onlangs gevonden in Calicoan en waargenomen op Biliran. Verspreiding is nu minder geworden en ze zijn nu vaak afwezig in veel gebieden die net aangegeven zijn. Primaire (30%) en secundaire bossen worden nog veel gebruikt op Luzon en Mindanao, maar de populatie is minder geworden dan 30% op Samar, Leyte, en Bohol en op de kleine eilanden is het nog verder achteruitgegaan.


Natuurlijke leefomgeving:

Overgangsgebied van primair altijdgroene dipterocarp bos tot op 400 m hoogte, ook wordt er een secundair bos gebruikt tot 760 m op Mt. Isarog op Luzon en tot 2100 m op Mount Apo op Mindanao. Was overvloedig op Samar in heuvels achter Cathalogan, ook in mangrovebossen dichtbij de stad. Ooit tot wel 40 waargenomen om fruit te verzamelen op Mindanao. Waargenomen in kleine groepen van 3-7 in de kruin van bomen of als ze erboven vliegen. Regelmatig hoort men ze in de ochtend en avond roepen op gemeenschappelijke zitstokken, dan, bij het van boom tot boom gaan en van helling tot helling, roepen tijdens klappende en glijdende vlucht. Ze staan bekend als ‘klok van de bergen’ door op regelmatige tijden te roepen, een geluid dat wel 1.5 km ver reikt.De rest van de dag zitten ze stil en vrij inactief in de kruin van grote bosbomen.Ze vinden voedsel in grote fruitbomen, met soms 12 tegelijk maken ze veel lawaai en springen veel heen en weer. Ze sluiten zich in het algemeen aan bij grotere groepen van Mindanao gerimpelde neushoornvogel Aceros leucocephalus,gewoonlijk 20 of meer, tijdens het fourageren, bij de doortrek en het samen een slaapplaats zoeken.Het roepen stimuleert terugroepen door groepen in de buurt, een territorium suggererend en ook word er geantwoord op imitatie geroep.


Natuurlijke voeding:

Voer omvat hoofdzakelijk zaden en fruit en insecten, wilde vijgen en wilde guave op Mindanao. Komen zelden voor in lagere struiken, maar in de vroege morgen dalen ze tot op de grond om rond de boomwortels te schrapen en insecten, larven, duizendpoten, en sprinkhanen toe te voegen aan het dieet. Een volwassen mannetje in gevangenschap, dat normaal de voorkeur geeft aan heel zoet fruit dat rood is van kleur; word erg opgewonden, wiebelt de kop als een smekend jong, als dierlijk voedsel aangeboden wordt, waarna hij de prooi in de snavel plet. Zijn kuif gaat omhoog als het voedsel wordt doorgeslikt. Enkele insecten worden in de lucht gevangen. Sommige soorten zijn onderhuids en in de onderbuik nogal vet, lang na het broedseizoen, terwijl anderen, bij elkaar gekomen op dezelfde tijd mager zijn.


Broeden en levenscyclus :

Weinig over broedplaats bekend. Maart-April. Jonge vogels verzamelen op Mindanao in April en op Luzon en Basilan in November . Het tijdsverschil van 2 nesten geeft verschillen aan in het timen van de broedcyclus bij verschillende groepen. Grootte van het ei: B. h. mindanensis 56.7 x 41.0 en 57.5 x 38.6, weegt vers 480 en 465 gr Monogaam, broeden in samenwerkende groepen met helpers. Het alpha vrouwtje wordt door andere volwassen groepsleden gevoerd, het voedsel omvat zowel vruchten en geleedpotigen. Er is twee keer een paring geregistreerd in de buurt van het nest. Het mannetje wrijft herhaaldelijk zijn hoofd onder de kin van het vrouwtje en springt dan wel zes keer over haar rug, voor dat hij erop gaat zitten. Het vrouwtje is ook gezien terwijl ze zich mooi maakte voor andere volwassen mannetjes.


Broedresultaten :

Een nest op Mindanao was 30m hoog in de top van de boom van een zeer grote 40-m hoge dipterocarp, doorsnee 2,2m en een andere 14 m boven in een praktisch dode 20-m hoge boom , doorsnee 102cm. Een groep bestond uit 4 volwassenen en een jongvolwassene, terwijl een vermoedelijk volwassen vrouwtje herhaaldelijk de holte binnengaat. Het vrouwtje in het nest gaat de holte verder uithollen en gooit overblijfselen naar buiten, terwijl anderen Aceros leucocephalus wegjagen of klepperen met hun snavel rond de nest ingang. Een andere groep in de buurt bestaat uit 2 volwassenen en een onvolwassene. Het tweede nest, waarin het kuiken op uitvliegen stond en het vrouwtje er reeds was uitgekomen, was blijkbaar helemaal open, met een lange verticale spleet bij de ingang van de holte. Er kwamen 2 volwassenen kijken, waarschijnlijk een paartje en beide met blauwgrijze ogen en een jong. Het vrouwtje en het mannetje en het jong kwamen voedsel brengen en respectievelijk de nest bezoeken. Gevoerd werd er gemiddeld elke 1.35 uur (met een tijdsspanne van 0.25 – 3.00 uur), vaak door een vogel alleen, alhoewel ze meestal in een groep arriveren. Ook een keer gezien bij het weg jagen van indringers van het nestgebied. Bij het tweede stel vliegt een enkel kuiken uit en de nestboom was het volgende seizoen doormidden gebroken. Een bastaard paar van benoemde soorten met andere soorten legde 4 vruchtbare eieren die niet uitkwamen. Een gevangen mannetje leefde minstens 15.7 en een vrouwtje 13.9 jaar Leucocytozoon parasieten worden gerapporteerd in 3 vogels. Broedresultaten in gevangenschap zijn niet bekend.