Home Noordelijke hoornraaf Bucorvus leadbeateri

Beschrijving :

De lengte van de vogel is 90 tot 100 centimeter.
Deze vogels zijn geheel zwart van kleur, behalve de punten van de slagpennen aan de vleugels, deze zijn wit.

De roep van de hoornraven

Op de snavel zit een kleine helm, die begint bij de aanhechting van de snavel.
Beide, zowel de helm als de snavel zijn geheel zwart.
De huid rondom de ogen, de keel en het bovenste gedeelte van de nek zijn rood.
De ogen zijn geel en de poten en de voeten zijn zwart gekleurd.


Afmetingen en gewicht :

Man:

Vleugel: 469 – 618 mm.
Staart: 300 – 360 mm.
Snavel: 190 – 221 mm.
Gewicht : 3459 – 6180 gr.

Vrouw:

Vleugels: 495 – 550 mm.
Staart: 290 – 340 mm.
Snavel : 168 – 215 mm.
Gewicht : 2230 – 4580 gr.

Geslachtsonderscheid :

De keel van deze vogel is bij het vrouwtje blauw gekleurd in plaats van rood.
Soms heeft ze ook blauwe plekjes op de nek en de gezichtshuid.


De jongen:

Jonge hoornraaf die net is uitgevlogen.

Ouders met jong van 3 maanden

Van de twee eieren die er zijn, komt de tweede vaak niet uit.
Als hij wel uitkomt, dan gebeurt dit 3 tot 5 dagen na het eerste ei, maar het jong daaruit overleeft dit zelden, omdat hij bijna altijd doodgaat van de honger.



Dit komt doordat het oudere jong dan al wat verder is in ontwikkeling en de strijd om het voedsel dan ook bijna altijd wint.
De jongen worden kaal, blind en met een roze huid geboren.
Na ongeveer 3 dagen wordt de huid donkerpaars, met uitzondering van de huid op de keel en rondom de snavel.
Na 7 dagen beginnen de ogen open te gaan, maar deze zijn pas volledig open met een leeftijd van 14 dagen.
De ontwikkeling van de veren begint ook bij de leeftijd van 7 dagen en het verenpak is compleet rond de leeftijd van ongeveer 30 dagen.
Daarna duurt het toch nog ongeveer 7 weken voordat ze uit kunnen vliegen.
Dit komt doordat de staart en vleugelpennen er langer over doen om te ontwikkelen.
Het vrouwtje laat het jong al af en toe alleen voor korte periodes, bij een leeftijd van 10 dagen en na 30 dagen wordt hij geheel alleen gelaten overdag.
De groep komt dan wel regelmatig terug om het jong te voeren.
Het jong kan na het uitvliegen al voor zichzelf voor eten zorgen na een periode van ongeveer 6 maanden, maar hij wordt nog bijgevoerd tot de leeftijd van 2 jaar.
De jongen blijven bij de ouders tot ze volwassen zijn, bij een leeftijd van 4 tot zelfs 6 jaar.


Verspreidingsgebied :

Deze hoornraaf komt voor op het Afrikaanse continent, in de landen Rwanda, Burundi, het zuiden van Kenia, Zuidoost Zaïre, Tanzania, Angola, Zambia, Malawi, het noorden van Namibië, het noorden en oosten van Botswana, Zimbabwe, Mozambique en het noorden en oosten van Zuid-Afrika.

Natuurlijke leefomgeving:

Ze leven op de Afrikaanse savannes, ten zuiden van de evenaar.
Ze zijn daar te vinden tot op een hoogte van 3000 meter.
Ze leven in beboste gebieden, de savannen en graslanden.
Ze vermijden juist de bossen en de dichter beboste gebieden.


Natuurlijke voeding:

De zuidelijke hoornraaf is een groepsvogel.
98 % van deze vogels leeft in groepen en 72 % daarvan leeft in groepjes van 3 tot 5 vogels.
Deze groepjes zijn vaak gezinnetjes.

Maar 2 procent van deze vogels leeft solitair, maar zelfs dan nog zoeken ze elkaar op als het gaat om het zoeken van voedsel en vooral bij gevaarlijke prooien.
Het voedsel van deze vogel bestaat uit dierlijk voedsel.
Ze eten eigenlijk al het dierlijke voedsel dat ze tot hun prooi kunnen maken.
Dit kan bestaan uit insecten, sprinkhanen, kameleons, schorpioenen en slangen, tot zelfs karkassen van grotere dieren zoals antilopen die ze vinden.


Broeden en levenscyclus :

De tijd van het jaar dat deze vogel broedt hangt af van waar hij voorkomt.
In Tanzania is dit van juni tot augustus, in Zaïre in oktober, in Angola in augustus, in Zambia van juli tot december, in Malawi van september tot november, in Zimbabwe van augustus tot januari met als piek oktober en november en in Zuid-Afrika is dit van september tot januari, met de piek hiervan een beetje afhankelijk van welk gebied ze in Zuid-Afrika zitten.
De broedduur is 126 tot 129 dagen en de broedperiode is 37 tot 43 dagen.

De nestperiode die daarop volgt is ongeveer 86 dagen.
Nesten zijn vaak terug te vinden in de buurt van water.
Er worden 2 eieren gelegd, die wit van kleur zijn.
Ze hebben een puntige bovenkant en een ruw geputte schaal. De vogels broeden in natuurlijke holen in dode of levende bomen, op een hoogte van 55 centimeter tot 5 meter.
Er wordt vaak het volgende broedseizoen teruggekeerd naar hetzelfde nest.
Dit gebeurt 17 tot soms wel 36 seizoenen op een rij.
De hoornraaf is de grootste onder de neushoornvogels en meteen ook de enige van de neushoornvogels die niet zijn nest dichtmetselt.
Het blijft gewoon open.
Deze vogels broeden in groepen, waarbij het dominante paar broed en de andere vogels helpen met het opvoeden van de jongen.
Dit zijn over het algemeen mannetjes en vaak ook jongen uit vorige broedseizoenen.


Noordelijke hoornraaf

Bucorvus abyssinicus

Beschrijving :

De noordelijke hoornraaf heeft een lichaamslengte van 100 cm en in vlucht een spanwijdte van 185 cm.
De vogel heeft een zware, lichtgebogen zwarte snavel met een scherpe punt en een hoornachtige kam op de bovensnavel.
De vogel is diepzwart van kleur.
De handpennen van de vleugels zijn echter wit.
Als de vogel niet vliegt is dit nauwelijks te zien omdat de vleugeldekveren zwart zijn.
Alleen in vlucht worden de witte slagpennen plotseling zichtbaar.
De vogels hebben een naakte huid rond het oog en een onbevederde keelzak.


Geslachtsonderscheid :

Bij mannetjes is deze keelzak overwegend rood, bij vrouwtjes is die blauw tot zwartblauw.


Go to top